ZORGVISIE

Het katholiek basisonderwijs heeft 5 belangrijke opdrachten, waaronder ‘werken aan de ontplooiing van elk kind vanuit een brede zorg’.
In ons opvoedingsproject staat: “De school waakt over de draagkracht van de kinderen, de ouders en het team zonder onderscheid.  Op een consequente wijze probeert ze de grenzen te verleggen door de weerbaarheid van de kinderen te vergroten.  De ontplooiing van alle capaciteiten van de kinderen zowel binnen de school als buiten de school krijgt de nodige kansen.  De school engageert zich om respect te tonen voor de thuissituatie.  Zij zorgt ervoor dat alle ouders en kinderen, ook vanuit de kansarmoede, de nodige kansen krijgen.”

Het nieuwe zorgvademecum brengt een vernieuwde aanpak in de basisschool met zich mee maar situeert zich nog altijd in ons bestaande opvoedingsconcept.
We willen ervoor zorgen dat alle kinderen de nodige kansen krijgen om zich te ontwikkelen op sociaal-emotioneel en cognitief vlak.

Onze leerlingen starten in de basisschool allemaal met hun eigen achtergrond.
Verschillende factoren beïnvloeden hun ‘start’ in de basisschool: cultuur, thuissituatie, moedertaal.
Het is onze taak om hen te begeleiden en te stimuleren naar een positieve ontwikkeling zodat ze tegen het einde van de basisschool de eindtermen kunnen bereiken.

De basisvoorwaarde om tot leren en ontwikkelen te komen, is ‘zich goed voelen’ op school, het welbevinden van het kind.  Wij vinden het zeer belangrijk dat alle kinderen zich goed voelen op onze school en proberen ernaar te streven dat ook kinderen uit zwakke sociale milieus of kinderen die thuis een andere taal/cultuur hebben zich van bij de start veilig en welkom voelen.

Naast welbevinden, vormt betrokkenheid een tweede grote pijler om tot kwaliteitsvol onderwijs te komen.
Wanneer het klasgebeuren dicht bij de kinderen hun leefwereld aanleunt, leren de kinderen beter, sneller en intenser.
We werken bijgevolg aan een degelijk en samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod.

Vanuit die positieve benadering en door het zich inleven in de verschillende situaties van kinderen en ouders, streeft de school ernaar om alle talenten te optimaliseren.  We streven een totale persoonsvorming en een totale ontplooiing na.

Maar we kunnen het niet ontkennen: kinderen starten niet gelijk.  Al van in de kleuterschool merken we grote verschillen in hun ontwikkeling.  Sommigen zijn heel taalvaardig en kunnen in het eerste leerjaar moeiteloos starten met leren lezen, schrijven en rekenen.  Maar andere kinderen hebben nog geen interesse voor schoolse vaardigheden of groeien op in een gezinscultuur die weinig aansluiting vertoont met die van de school.

We willen onmiddellijk hulp bieden aan die kinderen die het nodig hebben.  Dat kan slechts wanneer er een goede samenwerking is met het gezin, een goede communicatie tussen kleuter- en lagere school en bij de overgang tussen de verschillende leerjaren.
Die onmiddellijke hulp speelt zich klasintern af (fase 0: de brede basiszorg).
De klasleerkracht werkt preventief en remediërend waardoor mogelijke ontwikkelings- of leerachterstanden tijdig opgevangen worden. 

Zorg dragen voor kinderen mag niet enkel gebeuren via remediëring.  We hechten veel belang aan een preventieve aanpak.  Even belangrijk zijn ook de onderwijscontext, de keuze van leerinhouden, het didactisch handelen, de zorg voor socio-emotionele ontwikkeling en de samenwerking met ouders.
Onderwijs is een dynamisch proces waarbij de deskundigheid van het voltallige team de basis vormt van de kwaliteit hiervan.
Elke leerkracht volgt regelmatig een aantal navormingen die een antwoord kunnen bieden op hulpvragen van leerlingen en het versterkt hun didactisch handelen.
Vanuit de kennis en de ervaringen van leerkrachten kunnen we samen met het zorgteam een oplossing zoeken voor de hulpvragen van leerlingen.

Naast klasleerkracht en zorgteam beschouwen we ouders als volwaardige partners bij het bespreken van zorgvragen van hun kind.
• Ouders worden op twee vaste momenten doorheen het schooljaar uitgenodigd voor een gesprek waarin de ervaringen en bevindingen op school en de thuissituatie van het kind aan bod komen.
• Door ouders op regelmatige basis te laten deelnemen aan activiteiten op school of in de klas, bouwen we aan een wederkerige relatie tussen ouders en school.  De positieve band schept een basis om het bespreken van het functioneren van het kind te faciliteren.
• Indien er problemen zijn, maken de zorgcoördinatoren een extra afspraak met de ouders.
• De brugfiguur doet een huisbezoek bij alle instappende peuters (en nieuwe leerlingen indien nodig).  Verder volgt de brugfiguur een aantal ouders laagdrempelig, individueel en op maat op…

Samen met de ouders zoeken we indien nodig naar interne of externe hulp.
Op school kunnen we rekenen op de hulp van externe instanties (CLB).
Voor kinderen die ondersteund worden door een externe begeleider of organisatie (bv. GON-begeleiding, logopedie, kiné, reva, psychologie,…) worden er op geregelde tijdstippen overlegmomenten met deze personen georganiseerd.

De zorg op onze school is sterk gestructureerd en wordt door een groot team ondersteund omwille van onze diversiteit aan kinderen.
Het zorgteam bestaat uit de directie, 2 zorgcoördinatoren (kleuterschool/lagere school), de brugfiguur en verschillende zorgleerkrachten.
De precieze werking leggen we uit in het volgende deel.