GESCHIEDENIS
De geschiedenis van Nieuwen Bosch vindt een oorsprong in de 13de eeuw. De stichting van de oorspronkelijke abdij is verbonden aan de patriciërsfamilie Utenhove die in Gent woonde in de eerste helft van de 13de eeuw.

Op de toren van Nieuwen Bosch zie je de datum 1774, maar dat is de datum van een herstelling verfraaiing van het onderste deel van de toren. De oude stam van de geschiedenis zit veel verder.

Het is een verhaal van de omzwerving van een cisterciëncerabdij door Vlaanderen. De eerbiedwaardige oorkonde die men bewaart dateert van 12 februari 1204 !

In de streek rond Lokeren bestond er in die tijd een vrouwenabdij met de naam “Ouden Bosch”, een naam die men in Lokeren nu nog terugvindt.

Margaretha en Oda Utenhove waren de eerste priorinnen van deze Orde van Citeaux. Daar begint de zwerftocht.

Eerst komt er een stichting te Gent in het Bijlokehospitaal en uit 1223 vinden we de plannen om een “Nieuwen Bosch” op te richten te Heusden aan de Schelde. Dat klooster wordt echter door de Calvinisten en de beeldenstorm weggeveegd in 1578.

Maar de naam en de abdij verschijnt en herrijst opnieuw in 1602 in Gent nabij de “Groene Hooie” aan de Schelde. De huidige plaats van Nieuwen Bosch. De kerk wordt in 1604 opgericht met de bekende toren. Nog geen tweehonderd jaar later (1797) maakt de Franse overheersing een einde aan de abdij. Ze wordt verkocht en de 25 inwonende zusters verspreiden zich.

In 1807 vestigt Julie Billiart (zie verder) zich in Namur vanuit Frankrijk en kort daarop in Sint-Niklaas. Het is de toenmalige bisschop van Gent, Mgr. Broglie, die de zusters uiteindelijk naar Gent haalt. Zij huren een deel van de abdij af (toen eigendom van de baron Pycke de ten Aerde). Op 8 maart 1810 hebben de zusters reeds 80 kinderen op de schoolbanken en op 1 augustus van dat jaar vieren zij de eerste eucharistieviering in hun kerk, de huidige kapel die tot dan toe gebruikt werd als opslagplaats.

In 1837 wordt de abdij eigendom van de congregatie en in 1910 vierde men het honderdjarig bestaan van de school in een kader dat niet meer te herkennen viel sedert dat kleinschalig begin.

De abdij heeft dus een geheel andere bestemming gekregen en een ander uitzicht. Een beetje van die vroegere sfeer kan men nog inademen in de gangen van het kloosterpand en uiteraard in de mooie kapel.

De kapel


Het kerkgebouw zelf dateert van 1604 en is een geklasseerd monument.

Ze herbergt enkele merkwaardige schilderijen van de hand van kunstschilder Roose.

Vooraan in het koor, boven het altaar, hangt “ Jezus door de Sybillen aanbeden “. Op het voorplan is Maria neergeknield, omringd door de Sybillen. Zij houden het evangelieboek, de Pelikaan, het Lam, de lijdensuitingen en het geloofsvaandel in hun handen. God de Vader verschijnt in de wolken en twee engelen kronen Maria.

Roos schilderde dit in 1646 als geschenk voor zijn dochter.

Aan de muren hangen schilderijen over het leven van de heilige Bernardus (eveneens van Roose) :1. Het visioen2. Bernardus ontvangt een engel met het plan van Clervaux3. Bernardus in gebed met Maria4. Bernardus vermaant Willem, hertog van Aquitane5. Bernardus redt zielen uit het vagevuur (op het voorplan ziet men Paus Innocentius II)Waarschijnlijk waren er vroeger nog meer schilderijen aanwezig, maar deze zouden tijdens de Franse bezetting verkocht zijn.

De heilige Julie Billiart, stichteres van de congregatie en de school.

Julie Billiart werd geboren op 12 juli 1751 te Cuvilly, een klein dorpje in het Franse Picardië. Haar ouders waren kleine handelaars die, zoals de meeste mensen in die tijd, een stukje grond bewerkten. Ze bleef haar hele jeugd in haar dorp.

Op haar vierentwintigste wordt ze ziek en blijft tweeëntwintig jaar verlamd terwijl ze regelmatig de spraak verliest.Tijdens de Franse revolutie krijgt ze het heel moeilijk wegens haar religieuze gezindheid. In 1804 wordt ze op wonderbaarlijke wijze gezond en sticht op 2 februari van dat jaar de congregatie van de Zusters van O.L.Vrouw te Amiens,Samen met Françoise Blin de Bourbon, met als doel de opvang en opvoeding van arme kinderen. Aanvankelijk werden ze tegengewerkt door de bisschop van Amiens en sommige priesters.Omwille van een aantal principes werd ze uit haar bisdom verbannen.

De toenmalige bisschop van Namur, Mgr. Pisani de la Gaude, bood haar gastvrijheid aan en zo ontstond in 1807 het moederhuis van de zusters van O.L.Vrouw van Namur.Van hieruit stichtte zij verschillende kloosterscholen in België. Zij bezocht bisschoppen, onderhandelde met eigenaars en maakte nieuwe plannen. Haar levensleuze was : “ Wat is Hij goed, de goede God !” (Oh! Qu’il est bon, le bon Dieu !”) Zij voelde zich geroepen om dit te verkondigen aan de hele wereld., vooral aan de armsten.Het eerste en voornaamste werk van de zusters was de catechese. Mère Julie en haar zusters trokken door het hele land en richtten overal scholen op. Ze stichtten kloosters in 3 bisdommen, van in de Ardennen (Saint-Hubert) over Antwerpen tot in Sint-Niklaas. Na enkele jaren ontstonden er moeilijkheden in Sint-Niklaas en zo belandden de zusters in Gent. Op 13 mei 1906 werd Julie Billiart zalig verklaard en op 22 juni 1969 volgde de heiligverklaring.Na de dood van de medestichteres Françoise Blin de Bourbon (Mère St-Joseph) in 1838, kende de congregatie een snelle bloei. Zij breidde zich uit over andere continenten. In 1840 vertrokken de eerste zusters naar Ohio (USA). In 1845 vertrok een tweede groep naar Oregon o.l.v. Pater De Smet.

In de nieuwe wereld zijn ongeveer 2200 zusters werkzaam. In Groot-Brittannië ongeveer 420. Verder zijn er nog zusters in Rhodesië, Zuid-Afrika, Nigeria en Kenia.In Zuid-Amerika zijn er twee werkkringen : Brazilië en Peru. Ook in Japan vinden we zusters terug. De missie in China werd opgeheven in 1948.Het generalaat bevindt zich Rome.

Het werkgebeid van de zusters heeft zich de voorbije jaren duidelijk verlegd van West-Europa naar de nieuwe wereld, Afrika en het Oosten. Gebieden waar hulp duidelijk meer nodig is dan hier.Tot Pasen 2002 werd Nieuwen Bosch nog bewoond door een tiental zusters.Sindsdien zijn alle zusters uit de oude abdij verdwenen en worden de gebouwen nog alleen gebruikt door de school